Toelating en aanmelding

Om uit het niets een levend en beeldend verhaal te scheppen moet je een creatieve en inventieve aard hebben. Grote nieuwsgierigheid en een eigen visie op de wereld zijn noodzakelijk om te overtuigen. Daarnaast is de balans tussen artistieke eigenzinnigheid en een coöperatieve instelling belangrijk en komen een ondernemende opstelling en het vermogen ideeën helder uiteen te zetten ook van pas. 

Er melden zich elk jaar ongeveer 60 kandidaten aan voor Scenario. Per jaar worden 10 studenten toegelaten.

  • Eén uitgewerkt scenario
  • Een idee voor een lange speelfilm (maximaal 1 A4)
  • Een idee voor een serie (maximaal 1 A4)
  • Een idee voor een korte film (maximaal 20 regels)
  • Optioneel - dus niet verplicht - een verhaal, toneelstuk of een andere tekst die een goed beeld geeft van je schrijverschap.
  • Aanleveren: per post. Maak 4 aparte leessets (tbv. de diverse commissieleden), apart geniet of ingebonden dmv. bijvoorbeeld een snelhechter (geen ringbanden of ordners). 

De studieleider, de vaste scenariodocent en een scenariostudent bekijken alle aanmeldingsformulieren en het ingestuurde eigen werk. Op basis hiervan worden kandidaten geselecteerd en uitgenodigd voor een gesprek met de toelatingscommissie. Deze commissie bestaat uit vier personen: de studieleider scenario en de vaste scenariodocent, plus een producent en een regisseur van buiten de academie. Daarnaast is er een studentencommissie van drie personen. De toelatingscommissie beslist, na overleg met de studentencommissie, op basis van het ingestuurde werk en het toelatingsgesprek welke kandidaten worden toegelaten.

De Filmacademie selecteert de meest geschikte en getalenteerde studenten. De opleiding doet dat voor de Scenario-instroom op basis van de volgende kenmerken:

Creërend vermogen

  • Weet in een geschreven filmverhaal al basaal te boeien met behulp van verhalende elementen als opbouw, dilemma en conflict.
  • Kan wat in het hoofd zit in voldoende mate omzetten in beschrijvingen voor beeld, geluid en handelingen.

Brede fascinatie voor verhalen vertellen

  • Beschikt over voldoende basiskennis van film en televisie.
  • Heeft een brede maatschappelijk en culturele belangstelling.
  • Observeert en onderzoekt uit zichzelf de wereld om zich heen op zoek naar verhalen.

Oorspronkelijkheid, eigenzinnigheid en overtuigingskracht

  • Heeft eigen opvattingen over verhalen vertellen en is minder gericht op imiteren en formats of formules.
  • Wil en heeft wat te vertellen aan de mensen of de wereld (persoonlijke urgentie).

Vermogen tot samenwerken

  • Staat open voor dialoog en samenwerking met anderen.

Reflectief vermogen

  • Is bereid en in staat tot reflecteren.

Het niveau, de eigenheid en originaliteit van het ingestuurde werk is belangrijk. Daarnaast wordt gelet op je motivatie en je algemene geschiktheid om de opleiding te doen.

Delen