Internationaliseringsbeleid

De Nederlandse Filmacademie werkt aan de verankering en uitbreiding van haar positie in het internationale veld. Deze internationale samenwerkingsprojecten moeten leiden tot aanscherping van de visie op de eigen opleiding en daarmee tot de versterking van de internationale profilering. 

De internationale filmindustrie ontwikkelt zich onder invloed van de technologische mogelijkheden in een hoog tempo als een werkelijk grensoverschrijdende creatieve industrie. Zowel geografisch als inhoudelijk. Je kunt in Azië een film opnemen, die geproduceerd is in Europa en wordt betaald door een Amerikaans bedrijf terwijl de regisseur ter plekke het materiaal van de vorige film in hoge kwaliteit binnenhaalt en daar monteert. 

De Filmacademie speelt in op deze ontwikkeling. Als academie én op het niveau van het onderwijs. Als academie betekent dat aansluiting tot stand brengen met relevante buitenlandse filmscholen op een dieper niveau dan bijvoorbeeld kennisuitwisseling of excursies. Voor het onderwijs betekent deze ontwikkeling dat binnen het reguliere curriculum, door de gehele leerroute heen, internationalisering meer dan tot nu toe gebruikelijk een logische en organische plek inneemt.

  • Het lesprogramma wordt internationaler georiënteerd door het geheel van de vierjarige bachelor opleiding heen.
  • Samenwerking met buitenlandse filmscholen binnen en buiten Europa wordt geïntensiveerd.
  • De Filmacademie neemt in het internationale veld van filmscholen (CILECT/GEECT) - zowel op het terrein van de inhoudelijke discussies, als op het terrein van bestuur - een zichtbare en verantwoordelijke positie in. 

Internationalisering en onderwijs

Op de Filmacademie leer je een vak, een ambacht. Samenwerking met andere specialisten is binnen dat vak essentieel. Daarom is ook internationale samenwerking essentieel. Het professioneel samenwerken in of met een andere cultuur verdiept en verbreedt eigen expertise en inzichten. Dat kan een bron van inspiratie zijn en een stimulans voor het functioneren van aankomende filmmakers.

Hierbij kan men denken aan (wederzijdse) excursies, festivalbezoeken en kennisuitwisseling in de breedste zin van het woord. Ook worden onze films regelmatig vertoond op internationale (studenten)festivals. 

De masteropleiding van de Nederlandse Filmacademie kent per definitie een internationale opzet waarbinnen studenten, mentoren en docenten vanuit de hele wereld samenwerken.

Culturele Diversiteit

Diversiteit is voor de Filmacademie een belangrijk thema. Met name omdat de Filmacademie principieel uitgaat van het standpunt dat inclusiviteit - waar culturele diversiteit een verbijzondering van is - recht doet aan datgene wat de Filmacademie wil representeren op het gebied van kunst en cultuur in het bijzonder, en binnen de Nederlandse samenleving in het algemeen. 

Elk verhaal moet kunnen worden verteld. En daarvoor is elk talent noodzakelijk. Wie je ook bent en waar je ook vandaan komt. Waar je wortels ook liggen. Dus ook het talent dat de Filmacademie nu nog in te geringe mate binnen haar muren weet te halen. In 2016 werden op het gebied van culturele diversiteit stappen gezet – beleidsmatig en praktisch uitvoerend – die in 2017 gerealiseerd zullen worden. De Filmacademie stuurt niet op inhoud, op het leren vertellen van 'onze' verhalen, maar op de ontwikkeling van hoog ambachtelijk vakmanschap. Technisch en conceptueel. Zo veel en zo breed mogelijk filmisch talent moet kunnen worden opgeleid, zodat zij als de professionals van morgen in staat zullen zijn hun eigen verhalen te verbeelden, te verklanken en te verwezenlijken. En zo bij te dragen aan de verrijking van onze cultuur én aan de noodzakelijke cohesie en emancipatie van de Nederlandse samenleving. 

Lees hier een interview over culturele diversiteit van de Filmkrant met o.a. Bart Römer. 

Delen